Verdrinking

Instinct - instinctive drowning response
Iemand die in het water ligt en dreigt te verdrinken neemt instinctief een bepaalde houding aan. Het wordt the instinctive drowning response genoemd. Het lichaam heeft vijf antwoorden op de dreigende verdrinkingsdood.


  1. Mensen die verdrinken kunnen geen hulp roepen. Ze hebben alle lucht nodig voor de ademhaling en het lichaam is zo ingesteld dat de ademhaling voorrang krijgt op de spraak. Wie aan het verdrinken is heeft al gebrek aan zuurstof, zodat er al helemaal geen zuurstof overblijft om te schreeuwen of om hulp te roepen. Bij hoge uitzondering heeft iemand genoeg lucht om geluid te maken.
  2. Wie in het water in nood verkeert zakt steeds weer onder water en als het hoofd bovenkomt wordt de tijd gebruikt om snel uit en weer in te ademen. Er is dan geen tijd meer over om ook nog te roepen.
  3. Een mens in nood in het water kan niet zwaaien om hulp. Het lichaam dwingt de verdrinkende persoon instinctief om de armen horizontaal te spreiden. De armen drukken als het ware op het wateroppervlak om zo goed en zo kwaad als kan het hoofd boven water te houden. Doel is om de mond uit het water te houden.
  4. Verdrinkende mensen hebben geen controle over hun ledematen. Dat houdt is dat ze niet kunnen stoppen met verdrinken, ook niet als er iets in de buurt drijft waar ze zich aan vast zouden kunnen grijpen. De instinctieve respons zorgt ervoor dat de armen horizontaal gaan. Ze kunnen dan ook geen aandacht trekken door te zwaaien.
  5. Mensen die aan het verdrinken zijn blijven verticaal in het water en kunnen niet watertrappelen. Ze kunnen alleen maar worstelen en die worsteling duurt zonder hulp van omstanders doorgaans niet langer dan 20 tot 60 seconden.

Waterstress
Iemand is aan het verdrinken als er ademnood optreedt. Voordat het zover is gekomen heeft de zwemmer al problemen in het water en voelt de zwemmer paniek. Voordat de ademhalingsproblemen optreden kan de zwemmer in problemen wel om hulp schreeuwen. Iemand die in het water ligt en om hulp schreeuwt heeft waterstress. Het is te hopen dat er op dat moment iemand in de buurt is die hem hoort, want snelheid is dan geboden. Als het druk is in het water, aan een druk strand bijvoorbeeld, dan valt iemand in de problemen niet snel op. Iemand met waterstress heeft nog een beetje tijd om zichzelf in veiligheid te brengen voor de ademhalingsproblemen optreden.
De waterstress vindt plaats voor het feitelijke verdrinken, maar komt niet bij iedereen voor en duurt vaak ook niet lang genoeg om in een drukke omgeving echt op te vallen. Deze mensen hebben nog enkele momenten om zichzelf in veiligheid te brengen.

Verdrinken gaat snel
In de film lijkt het een dramatisch lang gerekte gebeurtenis met veel spattend water en veel geschreeuw. In het echt is verdrinking vaak heel snel gebeurd. Zo kan het in zee bij een druk strand gebeuren zonder dat de mensen op het strand het in de gaten hebben.
Droevig genoeg gebeurt verdrinking van kinderen vaak terwijl de ouders heel dichtbij zijn. Het kan zelfs dat een ouder zijn kind ziet verdrinken maar niet ingrijpt omdat hij niet weet wat hij ziet. Hij heeft niet door wat er werkelijk aan de hand is.



Signalen
Heel in het kort zijn er drie tekenen die wijzen op verdrinking:

  1. de armen zijn gespreid
  2. de mond is onder water
  3. de benen worden niet gebruikt

Meer tekenen die wijzen op verdrinking

  1. het hoofd is laag in het water en de mond bevindt zich ter hoogte van het wateroppervlak
  2. het hoofd van degene in het water leunt naar achter en de mond is open
  3. de ogen staan afwezig en lijken niet te kijken of de ogen zijn dicht
  4. het haar valt over voorhoofd en ogen
  5. degene in het water hangt in verticale positie zonder de benen te gebruiken
  6. degene in verdrinkingsnood gaat hyperventileren of naar adem happen
  7. iemand die aan het verdrinken is probeert te zwemmen maar komt niet vooruit
  8. degene probeert op de rug te rollen
  9. het lijkt alsof degene een ladder beklimt

Drenkeling en stilte
Als het om spelen in het water gaat moet stilte opvallen. Vooral als het om kinderen gaat. Spelende kinderen hoor je van verre en als het geluid verstomt betekent dat doorgaans dat er iets niet in de haak is.
Als iemand in het water is gevallen kan het niet gevaarlijk lijken en toch op een drama uitdraaien. Een omstander kan bij twijfel het beste een vraag stellen aan de drenkeling. Als er geen antwoord komt is er iets aan de hand. Dan kan de omstander in actie komen. Bij een dreigende verdrinking telt elke seconde. Voor een redding is er vaak minder dan een halve minuut over.

Waterrijk land
In Nederland verdrinken elk jaar zo’n 600 mensen. Meer dan het tienvoudige raakt te water en in problemen en wordt gelukkig op tijd gered. Nederland is een waterrijk land en in de buitenwateren zoals rivieren, meren en de Noordzee verdrinken de meeste mensen. Van de 600 verdrinken ongeveer 7 in een zwembad. Daar zijn vaak veel omstanders, die toch niet doorhebben dat er iets dramatisch misgaat onder hun ogen.

Preventie
Het allereerste dat van belang is in het waterrijke Nederland is preventie. Niet alleen leren zwemmen, maar ook kinderen in de gaten houden en kinderen een zwemvest laten dragen is belangrijk.

Primaire verdrinking
Er zijn verschillende oorzaken van verdrinking. In de eerste plaats is daar de primaire verdrinking, die intreedt als een slachtoffer steeds weer kopje onder gaat en uitgeput raakt of wanneer degene die te water is geraakt niet kan zwemmen en zich niet drijvende weet te houden. Eerst probeert de drenkeling zijn mond dicht te houden maar op een gegeven moment lukt dat niet meer. Als de ademreflex het overneemt dan gaat de mond vanzelf open en krijgt de drenkeling water binnen. Dat kan ook in de longen terechtkomen door het inademen van water. De drenkeling raakt bewusteloos door zuurstoftekort omdat de normale ademhaling uitblijft.

Secundaire verdrinking
We spreken van secundaire verdrinking als de drenkeling al bewusteloos te water is gegaan. Het bewustzijnsverlies komt dan door iets anders dan het water.

Verdrinkingsdood
Iemand die onder water is of iemand die de longen vol water heeft kan niet meer ademen. Dan begint het proces van verdrinking. Dat proces duurt 3 tot 5 minuten, tot aan het intreden van de dood.
Het zuurstoftekort dat steeds groter wordt brengt schade toe aan de organen. De drenkeling probeert eerst zo lang mogelijk zijn mond dicht te houden zodat hij zo weinig mogelijk water binnenkrijgt.

Ademprikkel
De ademprikkel is op een gegeven moment niet meer te onderdrukken en dan gaat de mond toch open. Als dan toch water binnenkomt kan er kramp van de stembanden optreden. Dat betekent dat er eerst geen water in de longen stroomt, maar het betekent ook zuurstoftekort. De hersenen krijgen dan te weinig zuurstof en daar wordt het slachtoffer heel erg onrustig van, voordat hij het bewustzijn verliest. Dan ontspannen toch de stembanden en kan het water in de longen stromen. Het kooldioxide gehalte in het lichaam stijgt en dat stimuleert de ademprikkel. Het hart zal sneller gaan kloppen door het zuurstoftekort. Dan zal de ademhaling stoppen. Het slachtoffer laat dan ook zijn urine lopen.

Schijndood
De drenkeling is in het stadium van de schijndood als hij bewusteloos is, niet meer ademhaalt en slap is.
Het duurt dan 6 tot 7 minuten voor het slachtoffer klinisch dood is. Er kunnen hartritmestoornissen optreden. Het hart stopt met kloppen en de circulatie in het lichaam werkt niet meer. Als er in dit stadium niet wordt ingegrepen brengt het tekort aan zuurstof schade toe. Lichaamscellen raken dan onherstelbaar beschadigd.

Koudeshock
Als een mens plotseling in ijskoud water valt, zal hij snakken naar lucht en daarna gaan hyperventileren. Dat kan wel 5 minuten duren. De bloeddruk gaat razendsnel omhoog en het hart gaat tekeer, gevolgd door hartritmestoornissen. Door de kou en de shock die dat teweegbrengt kan het slachtoffer niet zwemmen en daardoor verdrinkt hij.

Duikreflex
Jonge kinderen kunnen een onderdompeling overleven omdat er een bijzondere reflex in werking treedt, de duikreflex. De bloedvaten trekken dan samen waardoor de bloeddruk stijgt. Tegelijkertijd gaat het hart langzamer kloppen. Hierdoor wordt er minder zuurstof gebruikt waardoor het kind minder snel last heeft van zuurstoftekort. De overlevingskans is daardoor groter.

Watertemperatuur
Als iemand in koud water te water raakt zijn de kansen op overleven groter dan wanneer hij wordt ondergedompeld in warm water. Koud water zorgt dat het lichaam trager functioneert, het hart langzamer gaat kloppen en er daardoor een lager zuurstofgebruik is. Zuurstoftekort wordt daardoor uitgesteld. Ook bij onderkoeling is de overlevingskans groter. Ook dan verbruikt het lichaam minder zuurstof.

Droge verdrinking
In zoet water kan iemand verdrinken zonder dat er water in de longen is gekomen. Dit wordt droge verdrinking genoemd. Het binnendringende zoete water laat de stembanden verkrampen die de luchtpijp afsluiten. Het water komt in de maag terecht, maar het slachtoffer krijgt geen zuurstof omdat de luchtpijp dicht zit. Als de stembanden uiteindelijk toch ontspannen komt er alsnog water in de longen. Zoet water gaat van de longen naar het bloed, waardoor de bloedvaten meer te verstouwen krijgen. De rode bloedlichaampjes gaan kapot van water, waardoor er verschillende stoffen vrijkomen in het bloed. Een van die stoffen is kalium dat hartritmestoornissen veroorzaakt. Dit is een heel snel proces en de dood zal snel intreden.

Verdrinking in zout water
Verdrinking in zout water gaat anders dan in zoet water. Het zoute water dat naar binnenstroomt trekt vocht uit de bloedvaten naar de longen. Het bloedvolume neemt daardoor af waardoor er een hypovolemische shock ontstaat, een shock door verminderd bloedvolume. De shock wordt steeds sterker, het hart gaat sneller kloppen en zal van uitputting stoppen.

Eerste hulp
Goede eerste hulp is essentieel om de overlevingskansen van de drenkeling te vergroten.
Een onderkoelde drenkeling moet perse horizontaal en voorzichtig uit het water worden gehaald. Er moet worden voorkomen dat het afgekoelde bloed verder in het lichaam verspreidt. Dat kan hartritmestoornissen veroorzaken. Er moet wel gelet worden op wat de prioriteit heeft. Als de drenkeling bewusteloos is gaat beademen voor en komt horizontale redding op de tweede plaats.

Reddingscollaps
Het kan gebeuren dat de drenkeling bij bewustzijn is en bij het zien van zijn redders wegzakt. Dat wordt een reddingscollaps genoemd. Dat komt door het wegvallen van de adrenaline-spiegel, waardoor de bloeddruk verlaagt en de drenkeling het bewustzijn verliest. Dit is een gevaarlijk moment en de geredde drenkeling kan dan alsnog uit het leven glijden.

Complicaties
Iemand die slachtoffer is geweest van een verdrinking die goed lijkt te zijn afgelopen moet daarna door een arts worden gezien. Als er water in de longen terecht is gekomen kunnen er in de eerste uren en zelfs dagen nog gevaarlijke en zelfs levensgevaarlijke complicaties optreden.

Late verdrinking
Een slachtoffer die gered lijkt kan last krijgen van levensbedreigende complicatie doordat de longblaasjes irriteren en ontstoken raken. Dit heeft een kettingreactie tot gevolg waarna het slachtoffer erg benauwd kan worden en wittig of rozig schuim ophoest. Het wordt secondary drowning of late verdrinking genoemd.

Verslikkingslongontsteking
Het geredde slachtoffer kan ook ernstige complicaties krijgen door een bacteriële ontsteking door het water dat in de longen is gekomen.

Ontregeling van organen
De bijna-verdrinking kan ernstige gevolgen hebben vanwege het zuurstoftekort dat schade heeft toegebracht. Door het zuurstoftekort komen er giftige stoffen vrij uit weefsels en organen en die kunnen in de bloedbaan komen. De giftige stoffen kunnen de nieren beschadigen of hersenoedeem veroorzaken. Door deze complicaties kan er opnieuw zuurstoftekort ontstaan dat weer hartritmestoornissen veroorzaakt.


Belangrijkste verschillen tussen lichte en ernstige onderkoeling
  • Iemand met een lichte onderkoeling rilt oncontroleerbaar. Iemand die ernstig onderkoeld is, stopt met rillen en klappertanden. 
  • Een licht onderkoeld slachtoffer kan moe en suf zijn. Bij een slachtoffer dat ernstig onderkoeld is daalt het bewustzijn. 
  • De ademhaling van een licht onderkoeld slachtoffer is meestal snel en oppervlakkig ademhaling en wordt steeds langzamer. Een ernstig onderkoeld slachtoffer wordt stijf en heeft verminderde reflexen.
Onderkoeling? Dit moet je doen
  • Vermoed je dat iemand ernstig onderkoeld is? Bel dan direct 112 of laat 112 bellen! 
  • Zorg er zowel bij lichte als ernstige onderkoeling met dekens en beschutting voor dat het slachtoffer niet verder afkoelt. 
  • Beperkt warmteverlies door het slachtoffer in dekens te wikkelen. Zorg dat ook het hoofd bedekt, maar laat mond, ogen en neus vrij. Pak armen en benen apart in om ze zo warm mogelijk te houden. 
  • Iemand die licht onderkoeld is, breng je naar een warmere omgeving. Iemand die ernstig onderkoeld is, kan je beter niet verplaatsen. 
  • Geef iemand die licht onderkoeld is iets warms te drinken, zoals thee, koffie of soep. Bij ernstige onderkoeling mag het slachtoffer juist niks eten of drinken.

Reacties